MF231018DSC04977

Het lage btw-tarief voor leraren: wat mag (en wat mag niet)?

Kunnen tennis- en padelleraren les aanbieden met het verlaagde btw-tarief van 9 procent? Het was het afgelopen jaar een veelgehoorde vraag, waar niet in elke situatie een helder antwoord op te geven was. Het verlaagde btw-tarief is er onder meer voor ondernemers en organisaties die ‘gelegenheid geven om te sporten’, zoals de Belastingdienst het omschrijft. Het betekent in de praktijk dat leraren niet alleen de les, maar ook een accommodatie, de baan, moeten aanbieden om voor het verlaagde tarief in aanmerking te komen. Maar wanneer is daar sprake van, wanneer voldoe jij als leraar aan de vereisten? Mede na nauw overleg met de Belastingdienst schept de KNLTB helderheid.

Het verlaagde btw-tarief is ooit in het leven geroepen voor ondernemers met winstoogmerk die met hun werk sportdeelname stimuleren, dus ook voor scholen, -organisaties en -leraren. Je moet echter nog steeds aan enkele voorwaarden voldoen om daadwerkelijk voor het verlaagde btw-tarief van 9 procent in aanmerking te komen. De verschillende situaties op een rij.

Les op eigen banen van de school

Eén van de belangrijkste voorwaarden is dus dat ‘gelegenheid geven om te sporten’ inhoudt dat je niet alleen lesgeeft, maar je leerlingen ook banen ter beschikking stelt waarop zij de lessen kunnen volgen. Heeft een school of -organisatie eigen banen waar mensen kunnen trainen, dan wordt sowieso aan dit criterium voldaan en kan het lage btw-tarief worden gerekend.

Les op banen van de vereniging

Maar wat nu als je als leraar, als ZZP-er of aangesloten bij een school, lesgeeft op de banen van een vereniging? Dan geef je weliswaar les, maar stel je zelf geen banen ter beschikking. De Belastingdienst oordeelt dat je de banen in deze situatie wel ter beschikking stelt als je ze als leraar op jouw beurt huurt van de vereniging. Je betaalt de vereniging voor het gebruik van de banen en kunt ze vervolgens ‘aanbieden’ aan je leerlingen en dus voor je diensten het lage btw-tarief rekenen.

Huur moet huur zijn, geen vriendendienst tussen leraar en vereniging

Ook de vorige situatie is vrij overzichtelijk. Lastiger wordt het echter wanneer je al heel lang samenwerkt met een vereniging, de relatie goed is en je samen overeenkomt dat huur van de banen ook wel kan tegen voor deleraar zeer gunstige voorwaarden, maar je toch het lage btw-tarief kunt hanteren. De Belastingdienst ondervangt dergelijke constructies door te stellen dat een accommodatie gehuurd moet worden tegen een ‘niet-symbolische vergoeding’. Oftewel, huur moet daadwerkelijk huur zijn, er moet een serieuze tegenprestatie van de leraar tegenover staan.

De Belastingdienst omschrijft overigens niet specifiek wat een niet-symbolische vergoeding dan is.Tip van de KNLTB: ga uit van het redelijke. Blijf bijvoorbeeld weg van vergoedingen waarvoor geen vereniging bereid zou zijn om banen te verhuren.

Bepalen van de huurvergoeding, leg afspraken vast!

Bij het bepalen van een passende huurvergoeding tussen leraar en vereniging zijn er overigens zeker factoren te bedenken die het huurtarief verlagen. In een samenwerking tussen beide is het bijvoorbeeld vrij logisch dat, naast het geven van les, ook advisering van het verenigingsbestuur op sporttechnisch gebied en het organiseren van evenementen tot het takenpakket van de leraar behoort. Dat werk kan een positieve invloed hebben op het ledenbestand van de verenging en die bijdrage in natura van de leraar mag zeker worden meegenomen bij het bepalen van de huurvergoeding voor de banen.

Het belangrijkste advies vanuit de KNLTB om deze zaken duidelijk en overzichtelijk te regelen: leg afspraken vast. Daarom heeft de tennisbond modelcontracten beschikbaar voor de samenwerking tussen een vereniging en een organisatie en voor de samenwerking tussen een vereniging en een zelfstandige leraar. Hierin kun je exact omschrijven wat de voorwaarden van de samenwerking samen en welke diensten precies van de leraar mogen worden verwacht. Vervolgens is er ook een modelcontractvoorhanden om de huur van banen volledig te regelen. Daarnaast is er nog een nadere uitleg beschikbaar, opgesteld door het bedrijf Mazars. De modelcontracten vind je op deze pagina.

Banen afhangen of in bruikleen – geen 9 procent btw

Tot slot nog dit. Worden banen in overleg met de vereniging op seizoensbasis afgehangen voor lessen of krijgt de leraar banen van de vereniging in bruikleen voor les, dan is dat niet voldoende om het lage btw-tarief te hanteren. Leden hebben binnen hun lidmaatschap immers toch al het recht gebruik te maken van de banen, dus deze worden hen niet door de leraar aangeboden.

De KNLTB adviseert om de richtlijnen van de Belastingdienst te volgen en de genoemde modelovereenkomsten te gebruiken. Wijkt een geval af van deze regels en richtlijnen, dan is het verstandig 21 procent btw te rekenen.

Voor vragen en opmerkingen kun je terecht bij tennisleraren@knltb.nl. Voor fiscaalinhoudelijke vragen adviseren wij contact met jouw belastingadviseur op te nemen.